Historie van Van der Kooy Pijnacker b.v.
Van der Kooy Pijnacker is opgericht in 1958 toen Arie van der Kooy een paar oude stoomketels van zijn vader overnam. En daarmee is het avontuur begonnen!
Met de verhuur van deze mobiele stoomketels was en is Van der Kooy nog steeds redelijk uniek. Er werd daardoor van heinde en verre een beroep op hem gedaan.
Gebeurde dit in de beginjaren voornamelijk vanuit de tuinbouw, later werd er steeds vaker ook door de industrie een mobiele ketel ingehuurd.

In die tijd werd er nog met stokers gewerkt, die de ketel met behulp van kolen brandende hielden. Halverwege de zestiger jaren ging men over op oliestook. En in de tachtiger jaren werd gas geïntroduceerd.
Stookolie
Omdat de ketels in de zestiger jaren op olie overgingen, kwam Van der Kooy op het lumineuze idee om gebruikte afgewerkte minerale olie op te halen bij garages, Defensie etc. Deze werd op het bedrijfsterrein in Pijnacker gereinigd en kon dan als brandstof gebruikt worden voor de stoomketels. De aanvoer van afgewerkte olie werd steeds groter en op een gegeven moment was er een surplus wat dan weer aan tuinders en industrie verkocht werd.
In 1978 werd deze activiteit overgeheveld naar Amsterdam, waar inmiddels het voormalige Gulf-depot aan de J. van Riebeeckhaven gekocht was, enorm geschikt voor de verwerking van de afgewerkte minerale olie en met uitstekende aan- en afvoermogelijkheden voor vervoer per vrachtwagen en per schip. Eén van de 'oudste' medewerkers heeft daar de leiding gekregen, en het voormalige dochterbedrijf "Olie Verwerking Amsterdam" voldoet aan alle eisen van de milieuwetgeving. Door het ministerie van VROM werd ‘OVA’ aangewezen als één van de 6 in Nederland toegelaten inzamel-/bewerkingsbedrijven voor afgewerkte minerale olie. Inmiddels is ‘OVA’ verkocht aan ‘AVR’.

Door de overheveling van de minerale olie verwerking naar Amsterdam kwam er een enorme capaciteit vrij in Pijnacker. Hier moest weer iets anders begonnen worden.
Van mineraal naar plantaardig Aangezien Arie van der Kooy niet van stilzitten hield, was hij allang iets nieuws aan het uitdenken; hij had al een proeffabriekje opgestart voor het extraheren van plantaardig vet uit gebruikte bleekaarde. Toen die proeven bleken te lukken, werd in Pijnacker een complete installatie gebouwd. Ook hierin was hij weer behoorlijk uniek.
Niet alleen uit de bleekaarde wordt vet gehaald, maar ook allerlei restpartijen plantaardige oliën kunnen verwerkt worden. Het maakt niet uit of er veel of weinig water of vuil in aanwezig is. Alles wordt verwerkt.
Tankreiniging Wanneer restanten uit een tank gezogen zijn en ter verwerking afgevoerd zijn, kunnen de tanks gereinigd worden. (zie tankreiniging)

Asfaltmeer op Curaçao Toen de plantaardige olieverwerking in Pijnacker eenmaal goed liep, kwam de volgende uitdaging: het leegscheppen van een 'Asfaltmeer' op Curaçao. Dit asfaltmeer was ontstaan in de 2e Wereldoorlog, toen de vraag naar vliegtuigbenzine enorm was, maar de vraag naar asfalt gering. Dit laatste product werd toen door de Shell-raffinaderij op Curaçao in een bassin gedumpt. Velen hadden geprobeerd om deze taaie massa uit het meer te krijgen; maar niemand vóór Arie van der Kooy heeft er ook maar één ton uitgekregen. Het leeghalen door Nareco NV, een door Arie van der Kooy speciaal opgezette vennootschap voor dit project, verliep voorspoedig, totdat Shell besloot het eiland te verlaten. De afzet van het uit het meer herwonnen asfalt, welke door de Shell-raffinaderij tot bruikbare producten gekraakt werd, viel weg.
Helaas ligt het Asfaltmeer er nog steeds, zij het een stukje leger dan in 1982. Maar tot vandaag de dag is het nog steeds een 'hot item' bij zowel de eilandpolitiek daar, als bij het ministerie van VROM in Nederland. Er zijn daartoe opnieuw vele onderzoeken gedaan en meerdere dikke rapporten geschreven. Veel bedrijven hebben hiervoor enorme kosten gemaakt, maar vooral ook veel subsidie ontvangen. Echter in de praktijk is er nadien geen kilo meer uit dat meer gehaald. Arie van der Kooy heeft zonder enige subsidie maar met heel veel inventiviteit laten zien dat de mogelijkheid wel bestond.
Een rode draad: schepen Na nog een raffinaderij van plantaardige oliën in Antwerpen op poten te hebben gezet, stortte Arie zich in een volgend avontuur; hij werd namelijk reder. Zijn levenslange interesse voor schepen evolueerde een aantal jaren geleden van hobby tot beroep. Na eerdere verbouwingen van schepen tot luxe jacht, vooral de voormalige schepen van Rijkswaterstaat hadden hierbij zijn voorkeur, werden vier droge ladingschepen omgebouwd tot eetbare-olie tankers: de “Frederique”, de “Bernice”, de “Annette J” en de “Almar”. Van deze schepen zijn de Bernice en de Almar nog steeds bij Kooy Shipping in de vaart (zie Kooy Shipping)

Calamiteiten Calamiteiten: het is onvoorstelbaar hoe snel Arie van der Kooy en zijn werknemers op bijzondere situaties konden inspringen; zo hebben zij bij diverse koelhuisbranden in Nederland, Duitsland en Engeland geassisteerd bij het reinigen van gebouwen en terreinen. Bij diverse gestrande minerale olie tankers is er assistentie geboden bij het wegruimen van zowel plantaardige als minerale olieresten op de kust.
De firma Van der Kooy bestaat sinds 1958. Helaas is oprichter en pionier Arie, eind 2004 op 70-jarige leeftijd overleden. Maar de firma van der Kooy blijft met hetzelfde enthousiasme en inventiviteit de werkzaamheden voortzetten, Dienstverlening blijft bij ons hoog in het vaandel staan. Bij calamiteiten proberen wij meteen te assisteren.
Voor informatie kunt u ons altijd bellen.
|